
Sinds ik verhuisd ben naar Zaandijk en de trein van en naar mijn werk neem, zorg ik er voor dat ik tijdens de rit wat te lezen heb. In het begin waren dat vooral korte verhalen van onder meer Jan Wolkers (nog voor hij overleed) en Albert Camus. Tegenwoordig heb ik nog wel een boek bij me (nu het laatste deel van Harry Potter uit is waag ik me eindelijk aan het eerste deel), maar 's ochtends lees ik steeds meer de Metro. Mijn treinreis is precies lang genoeg om mij bezig te houden met de artikelen die mij interesseren en dat zijn er niet zo veel; mijn treinreis duurt dan ook maar een kwartiertje. Er zijn echter twee dingen die ik wel lees: de Poll op de voorpagina en de ingezonden stukken van lezers. Ik ben denk ik heus niet de enige die deze rubriek wel haast gedwongen moet lezen. Het is niet dat ik mijn klachten jegens de mensheid bij deze brievenschrijvers terugvind en mij eensgezind met hen opwind over hondendrollen op straat, verhoogde accijnzen en ontspoorde jeugd en treinen. Waarschijnlijk lees ik net als ieder ander de inzendingen om mij te verbazen, op te winden en mistroostig te voelen over het feit dat er zoveel herrie is om de meest bespottelijke zaken. Als ik dan ook nog eens om me heen kijk in de trein en die uitgebluste gezichten zie die voor de zoveelste keer naar hun werk gaan om 's avonds weer aardappelen, groenten en vlees te eten dan krijg ik nou niet een rooskleurig beeld van de mensheid. Het is natuurlijk weer erg slecht om dat te denken, maar soms mis ik toch het milieu van de universiteit waarin iedereen verder kijkt dan zijn neus lang is en niet zo strikt is gebonden aan de sleur van het arbeidersbestaan.
Op momenten dat die kleine ergernissen waarmee het klootjesvolk rondloopt onderwerp wordt op het tv-journaal en de Volkskrant begin ik echter vuur te spuwen, klem mijn gebalde vuist tussen mijn benen en pers mijn lippen op elkaar om niet de hele boel bij elkaar te schreeuwen. Op zulke momenten zou ik Alice in Wonderland willen zijn die, na weer eens tot een reuzin te zijn gegroeid, naar omlaag kijkt en roept: "maar jullie zijn maar een stel speelkaarten!".
Helaas is het onderwerp waar ik in dit stuk uiteindelijk op uit wilde komen al niet meer zo actueel (het tweede gedeelte van deze beschouwing schrijf ik zelfs al weer een kleine week na het eerste stuk): het betreft het gedoe rond de Anne Frankboom. Eigenlijk is het te bespottelijk om hier alsnog over te beginnen, maar in de hoop dat ik mensen tot inzicht weet te brengen dan toch maar weer iets toevoegen aan de discussie.
In de Metro van 22 november geeft Nederland antwoord op de stelling "De hype rond de Anne Frank boom [sic] is sterk overdreven". In eerste instantie slaakte ik een zucht van verlichting toen ik las dat 79 % van de stemmers het daar mee eens is. Toch zijn dan nog steeds een op de vijf mensen het daar niet mee eens. Als je bedenkt dat maar een op de twintig mensen homoseksueel schijnt te zijn dan is dat eigenlijk nog steeds best veel. Ik zou het wel prettig vinden als 21 % van de bevolking homo was: meer keus en het zou waarschijnlijk veel meer geaccepteerd worden.
Het idee dat de boom waar Anne tijdens haar verblijf in het achterhuis uitzicht op had er nog steeds staat is natuurlijk iets moois en symbolisch. Ook al ben ik graag de nuchterheid zelve, ik zou bij het aanschouwen van die boom (ziek of niet) toch een apart en enigszins magisch gevoel krijgen. Maar zo'n gevoel krijg ik ook als ik in Wormerveer langs het huis van Herman Gorter fiets, als ik mij op de Dam een lofdicht van Vondel op het nieuwe stadhuis (het paleis) herinner, of als ik weer eens een nostalgisch bezoekje aan mijn oude basisschool breng. Ik wil hiermee niet zeggen dat Anne Frank voor mij hetzelfde betekent als het huis van Gorter, het Paleis op de Dam, of de Roelof Venemaschool. De boom vergelijk ik daar mee (dit zou evident moeten zijn, maar ik leg dat soort dingen toch nog maar even uit, want 21 % van Nederland zou mij anders naar de keel vliegen en zeggen dat ik de nagedachtenis aan Anne Frank bezoedel).
Een boom gaat dood. Ook daar schijnt 21 % van de bevolking niet van doordrongen te zijn. En oude, zieke bomen kunnen omvallen. Diezelfde 21 % zou bij een willekeurige omgevallen oude boom er schande van spreken dat die boom niet al lang was omgehakt, maar dat terzijde. Wie de komende honderden jaren nooit dood zal gaan is Anne Frank en haar dagboek, dat lijkt me de hoofdzaak. Zelfs het Achterhuis zal nog wel een paar honderd jaar meegaan als er niet een of andere boom tegen aanvalt. Wanneer het achterhuis ooit van ouderdom uit elkaar valt zullen we dezelfde perikelen krijgen als nu bij de boom, maar dat duurt nog wel even.
Moeten we Anne overigens altijd blijven herinneren? Als je die vraagt met nee zou beantwoorden krijg je nog meer dan 21 % van de Nederlandse bevolking over je heen en misschien wel meer nationaliteiten, want er is geen taal waarin Het Achterhuis niet is vertaald. Toch zal ooit, over honderden jaren, misschien duizenden het verhaal van Anne langzaam vergeten worden, net zoals het grote verhaal van de Tweede Wereldoorlog. Er zullen nieuwe oorlogen komen met nieuwe verhalen over nieuwe achterhuizen met nieuwe bomen om op uit te kijken. Wie de geschiedenis en de toekomst nuchter overziet als een zeer lange keten van gebeurtenissen moet lachen bij de consternatie om een boom. Maar ja, de meeste mensen zitten alleen in de trein op weg naar hun werk of naar huis en weten niet dat het spoorwegnet groter is dan hun dagelijkse ritje.
Natuurlijk blijft het jammer dat de boom gekapt zal moeten worden; is het vandaag niet dan wel in de nabije toekomst. Het enige wat we kunnen doen is het kappen van de boom en het eventueel planten van een loot van de oude boom zien als een symbool. Ieder mag zelf weten hoe hij dat doet: de oude boom kan symbool staan voor de generatie die de oorlog heeft meegemaakt en de verhalen over de oorlog doorgeeft aan de nieuwe generatie (de nieuwe boom), de dood van de oude boom kan symbool staan voor het einde van de popularisering van Anne Frank (geen nieuwe boom), de dood van de oude boom kan symbool staan voor vergeving van wat Duitsland de wereld heeft aangedaan (vredesboom). Ik stel me zo voor dat Anne zelf nu ook wel eens een beetje moe word van al die aandacht. Misschien waart haar geest nog rond en heeft ze zelf die dodelijke zwammen op de boom afgestuurd als teken: vergeet mij nou eens en laat me los zodat ik naar het licht kan.
Overigens heb ik nog nooit het Achterhuis bezocht, laat staan gelezen en met al die opwinding heb ik er alleen maar minder zin in om het te gaan lezen. Ik wil nog altijd eens het werk van Koenders over homo's in de oorlog lezen, wie weet wordt daar melding gemaakt van hele andere bomen die nog lang niet gekapt hoeven worden.