dinsdag 27 november 2007

Eenentwintig Procent


Sinds ik verhuisd ben naar Zaandijk en de trein van en naar mijn werk neem, zorg ik er voor dat ik tijdens de rit wat te lezen heb. In het begin waren dat vooral korte verhalen van onder meer Jan Wolkers (nog voor hij overleed) en Albert Camus. Tegenwoordig heb ik nog wel een boek bij me (nu het laatste deel van Harry Potter uit is waag ik me eindelijk aan het eerste deel), maar 's ochtends lees ik steeds meer de Metro. Mijn treinreis is precies lang genoeg om mij bezig te houden met de artikelen die mij interesseren en dat zijn er niet zo veel; mijn treinreis duurt dan ook maar een kwartiertje. Er zijn echter twee dingen die ik wel lees: de Poll op de voorpagina en de ingezonden stukken van lezers. Ik ben denk ik heus niet de enige die deze rubriek wel haast gedwongen moet lezen. Het is niet dat ik mijn klachten jegens de mensheid bij deze brievenschrijvers terugvind en mij eensgezind met hen opwind over hondendrollen op straat, verhoogde accijnzen en ontspoorde jeugd en treinen. Waarschijnlijk lees ik net als ieder ander de inzendingen om mij te verbazen, op te winden en mistroostig te voelen over het feit dat er zoveel herrie is om de meest bespottelijke zaken. Als ik dan ook nog eens om me heen kijk in de trein en die uitgebluste gezichten zie die voor de zoveelste keer naar hun werk gaan om 's avonds weer aardappelen, groenten en vlees te eten dan krijg ik nou niet een rooskleurig beeld van de mensheid. Het is natuurlijk weer erg slecht om dat te denken, maar soms mis ik toch het milieu van de universiteit waarin iedereen verder kijkt dan zijn neus lang is en niet zo strikt is gebonden aan de sleur van het arbeidersbestaan.

Op momenten dat die kleine ergernissen waarmee het klootjesvolk rondloopt onderwerp wordt op het tv-journaal en de Volkskrant begin ik echter vuur te spuwen, klem mijn gebalde vuist tussen mijn benen en pers mijn lippen op elkaar om niet de hele boel bij elkaar te schreeuwen. Op zulke momenten zou ik Alice in Wonderland willen zijn die, na weer eens tot een reuzin te zijn gegroeid, naar omlaag kijkt en roept: "maar jullie zijn maar een stel speelkaarten!".
Helaas is het onderwerp waar ik in dit stuk uiteindelijk op uit wilde komen al niet meer zo actueel (het tweede gedeelte van deze beschouwing schrijf ik zelfs al weer een kleine week na het eerste stuk): het betreft het gedoe rond de Anne Frankboom. Eigenlijk is het te bespottelijk om hier alsnog over te beginnen, maar in de hoop dat ik mensen tot inzicht weet te brengen dan toch maar weer iets toevoegen aan de discussie.

In de Metro van 22 november geeft Nederland antwoord op de stelling "De hype rond de Anne Frank boom [sic] is sterk overdreven". In eerste instantie slaakte ik een zucht van verlichting toen ik las dat 79 % van de stemmers het daar mee eens is. Toch zijn dan nog steeds een op de vijf mensen het daar niet mee eens. Als je bedenkt dat maar een op de twintig mensen homoseksueel schijnt te zijn dan is dat eigenlijk nog steeds best veel. Ik zou het wel prettig vinden als 21 % van de bevolking homo was: meer keus en het zou waarschijnlijk veel meer geaccepteerd worden.

Het idee dat de boom waar Anne tijdens haar verblijf in het achterhuis uitzicht op had er nog steeds staat is natuurlijk iets moois en symbolisch. Ook al ben ik graag de nuchterheid zelve, ik zou bij het aanschouwen van die boom (ziek of niet) toch een apart en enigszins magisch gevoel krijgen. Maar zo'n gevoel krijg ik ook als ik in Wormerveer langs het huis van Herman Gorter fiets, als ik mij op de Dam een lofdicht van Vondel op het nieuwe stadhuis (het paleis) herinner, of als ik weer eens een nostalgisch bezoekje aan mijn oude basisschool breng. Ik wil hiermee niet zeggen dat Anne Frank voor mij hetzelfde betekent als het huis van Gorter, het Paleis op de Dam, of de Roelof Venemaschool. De boom vergelijk ik daar mee (dit zou evident moeten zijn, maar ik leg dat soort dingen toch nog maar even uit, want 21 % van Nederland zou mij anders naar de keel vliegen en zeggen dat ik de nagedachtenis aan Anne Frank bezoedel).

Een boom gaat dood. Ook daar schijnt 21 % van de bevolking niet van doordrongen te zijn. En oude, zieke bomen kunnen omvallen. Diezelfde 21 % zou bij een willekeurige omgevallen oude boom er schande van spreken dat die boom niet al lang was omgehakt, maar dat terzijde. Wie de komende honderden jaren nooit dood zal gaan is Anne Frank en haar dagboek, dat lijkt me de hoofdzaak. Zelfs het Achterhuis zal nog wel een paar honderd jaar meegaan als er niet een of andere boom tegen aanvalt. Wanneer het achterhuis ooit van ouderdom uit elkaar valt zullen we dezelfde perikelen krijgen als nu bij de boom, maar dat duurt nog wel even.

Moeten we Anne overigens altijd blijven herinneren? Als je die vraagt met nee zou beantwoorden krijg je nog meer dan 21 % van de Nederlandse bevolking over je heen en misschien wel meer nationaliteiten, want er is geen taal waarin Het Achterhuis niet is vertaald. Toch zal ooit, over honderden jaren, misschien duizenden het verhaal van Anne langzaam vergeten worden, net zoals het grote verhaal van de Tweede Wereldoorlog. Er zullen nieuwe oorlogen komen met nieuwe verhalen over nieuwe achterhuizen met nieuwe bomen om op uit te kijken. Wie de geschiedenis en de toekomst nuchter overziet als een zeer lange keten van gebeurtenissen moet lachen bij de consternatie om een boom. Maar ja, de meeste mensen zitten alleen in de trein op weg naar hun werk of naar huis en weten niet dat het spoorwegnet groter is dan hun dagelijkse ritje.

Natuurlijk blijft het jammer dat de boom gekapt zal moeten worden; is het vandaag niet dan wel in de nabije toekomst. Het enige wat we kunnen doen is het kappen van de boom en het eventueel planten van een loot van de oude boom zien als een symbool. Ieder mag zelf weten hoe hij dat doet: de oude boom kan symbool staan voor de generatie die de oorlog heeft meegemaakt en de verhalen over de oorlog doorgeeft aan de nieuwe generatie (de nieuwe boom), de dood van de oude boom kan symbool staan voor het einde van de popularisering van Anne Frank (geen nieuwe boom), de dood van de oude boom kan symbool staan voor vergeving van wat Duitsland de wereld heeft aangedaan (vredesboom). Ik stel me zo voor dat Anne zelf nu ook wel eens een beetje moe word van al die aandacht. Misschien waart haar geest nog rond en heeft ze zelf die dodelijke zwammen op de boom afgestuurd als teken: vergeet mij nou eens en laat me los zodat ik naar het licht kan.

Overigens heb ik nog nooit het Achterhuis bezocht, laat staan gelezen en met al die opwinding heb ik er alleen maar minder zin in om het te gaan lezen. Ik wil nog altijd eens het werk van Koenders over homo's in de oorlog lezen, wie weet wordt daar melding gemaakt van hele andere bomen die nog lang niet gekapt hoeven worden.

maandag 8 oktober 2007

Ardennerwandelplezier deel 3


Ik ben weer thuis! Tijd om weer een stukje van mijn reisavontuur aan mijn blog toe te voegen. Ik zal in ieder geval opschrijven wat ik al op papier heb staan. Of ik verder ga met mijn verslag weet ik nog zo net niet, maar daarover later meer.

Na een heldere en koude nacht (met een prachtige sterrenhemel, waarin ik warempel een sliert van de melkweg kan ontwaren) weer op pad, nagekeken door hetzelfde echtpaar dat mij gisteren ook zat aan te gapen bij aankomst.
Bij de supermarkt laat ik natuurlijk weer mijn pet en routebeschrijving liggen, waardoor de winkeljuffrouw, als ik net alles buiten sta in te pakken, met haar schort naar buiten komt om het mij te geven. Niet dat ik dat zomaar zou vergeten; als je zo aan het wandelen bent, worden de dingen waar je je mee bezig houdt gereduceerd tot de belangrijkste levensvragen: heb ik nog genoeg toiletpapier, zal ik al schone sokken aandoen en waarom heb ik geen routebeschrijving in mijn linkerhand.
Al snel verlaat ik vandaag de Ardennen om nog even wat mooie plekjes van het kalksteenmassief van de Famenne te bewonderen. Misschien is het alleen maar, omdat ik het weet dat ik een ander gebied intrek, maar de omgeving verandert toch merkbaar in een vriendelijk glooiend landschap met lieflijke valleitjes als dat van de Lisbelle (alleen al de naam is mooi!).
Aan het einde van de tocht dalen we af tot aan de voet van de rotsen van Hotton en volgen de rotsachtige oever van de Ourthe tot aan de brug in Hotton. Inmiddels is het aan het betrekken en vlug koop ik nog wat bij de Spar en loop richting de camping. Ik weet dat er meerdere zijn, maar dat de meeste dicht zijn. Niet ver van het dorp tref ik een bord aan met "Camping Chez Philou": linksaf. Nog geen honderd meter verder zie ik al dat de camping dicht is en er trouwens nogal troosteloos uitziet. Het begint nu ook vrij hard te regenen. Aan de andere kant van de weg is ook een camping, maar of dat nou dezelfde is en of dat wel een camping is voor tenten betwijfel ik. Achterom het huis gelopen waarvan ik vermoed dat het de receptie is, zie ik mensen aan tafel zitten. "Ne pas pour une tente". Er schijnt een camping aan de overkant van de rivier te zijn. Terwijl ik terugloop zie ik dat ik het bordje verkeerd heb gelezen: het zijn twee bordjes voor twee campings en "Chez Philou" is even verderop, naast de camping zonder tenten en helemaal niet aan de overkant van de rivier, waar bij nader onderzoek de volgende dag wel een camping is, maar of die open is betwijfel ik.
De receptie is nog niet open en dus schuil ik wat onder een afdakje tot de campingbaas een kwartier te laat komt aangesjeesd in zijn auto. Dit keer toch wel een Waal, een dikke kerel die veel weg heeft van Wayne Knight. Ik krijg een sleutel voor het toiletgebouw "tres propre" met zowaar toiletpapier!! Wat een feest. Ik vroeg me al af waar ik mijn tent neer kon zetten (een echt trekkersveldje had ik nog niet gezien, maar ik krijg een plaatsje midden tussen joekels van stacaravans. Ik ben dan ook de enige met een tent daat en ik vraag me ook af of er ooit wel tenten staan. Bij het toiletgebouw is niet eens een echte gelegenheid om je kleren te wassen en de afwas te doen.

woensdag 3 oktober 2007

Ardennerwandelplezier deel 2


Zie je wel, in Luxemburg is alles veel moderner: weer internet op de camping! Hier deel twee van mijn verslag.

Even voor Bomal ben ik toen verkeerd gelopen, maar nu vind ik direct voor het weiland, dat ik toen doorgestoken ben, rechts een smal paadje door het kreupelhout met een vrij nieuw aangebrachte rood-wit markering.
In Warre zou volgens het wandelboekje een camping moeten zijn, maar op het internet heb ik niets kunnen vinden evenals in een aantal campinggidsjes. Op de kaart staat echter duidelijk waar de camping zou moeten liggen en vol goede moed loop ik naar beneden richting de rivier: alleen wat vakantiehuisjes en een blaffende hond en dus weer terug naar boven. Een half uur verder, even voor Durbuy ligt wel een camping en nog direct aan het pad ook.
Boven de plek waar ik de tent opzet is de ingang van een grot. Het hek bij de ingang staat open en een groepje Vlamingen krijgt uitleg. Ik vraag aan een jongen die wat zielig achteraf zit of de grot erg ver de grond in gaat. In een bijna accentloos Nederlands antwoordt hij: 'ik spreek Frans'. Volgens de Vlaamse campingbaas loopt de grot inderdaad ver door, maar hij is afgesloten wegens instortingsgevaar.
Na het eten loop ik nog even naar Durbuy. Wat een lief, klein, schattig stadje is dat, en zelfs de enorme rots die het stadje domineert ziet er 's avonds met de spots erop vriendelijk uit. Op het plein is het gezellig druk; de terrasjes zitten vol als op een zomerse dag en dat zal meteen de laatste keer zijn, want daarna kom ik eigenlijk niet meer zo'n gezellige drukte tegen.
Het is wel gek dat het zo vroeg donker wordt en dat was ook wel even een reden om te besluiten het hele wandelavontuur af te blazen, aangezien het dan zo ongezellig en koud kan zijn. Koud is het dan nog wel niet, maar juist het zien van al die gezelligheid maakt dat ik me toch een beetje eenzaam voel.
Goed, we gaan een beetje vaart maken, want ik ben nog steeds op de eerste dag en ik ben terwijl ik dit aan het schrijven ben al over de helft van mijn vakantie.

Volgende dag weer een heerlijke warme dag. De vorige dag heb ik nog best wel wat gegeten en ik zal heus nog wel genoeg eten in mijn rugzak hebben, maar ik ben toch blij dat de supermarkt in Barvaux op zondagmorgen open is en ik mijn lekkere trek kan stillen met een côte d'or-tablet 'voor de fijnproevers'. Onderweg kom ik langs de 'Lit du Diable', maar in plaats van de duivel rusten er vervelende toeristen waardoor ik snel door loop en mij niet op het stenen bed te rusten leg. Ik mis helaas wel het paadje naar de 'Pierre Haina': een steen die als een kurk de opening van een gang naar het middelpunt van de aarde afsluit. Nou ja, doorlopen maar, er is nog zoveel moois te zien.
Vlak voor Erezée zie ik de mooiste plekjes om wild te kamperen, maar in mijn fles zit toch minder water dan ik dacht en ik loop door naar de camping die op een berg boven Erezée ligt: een fijne rustige camping met een vriendelijke, dikke Vlaming die 's avonds op zijn motor komt aangejakkerd. Alhoewel ik het antwoord al wel ongeveer weet, vraag ik hem toch waarom er in de Ardennen zoveel Vlamingen en Nederlanders campings runnen. 'Men mag dat natuurlijk niet zeggen, maar de Walloniër is van nature nogal lui.'

dinsdag 2 oktober 2007

Ardennerwandelplezier

Voor het geval jullie denken, waar blijft Alex nou met zijn verhalen: ik ben op vakantie. En internet in Belgie vinden is toch erg moeilijk. Lang leve Luxemburg dus, want inmiddels zit ik in dat wondermooie land en dat is toch een stuk moderner met internet op de camping (maar wel met een toetsenbord waar de z en de y yzn omgewisseld en waar ik voortdurend virusmeldingen krijg en andere foutmeldingen). Ik heb inmiddels al een uitgebreid verslag zitten schrijven, maar dat is eigenlijk alleen nog maar van de eerste dagen. De laatste jaren hield ik eigenlijk nooit een reisverslag bij en ik moet zeggen dat ik dat altijd ook wel fijn vond. Ik wilde alleen wandelen en genieten van het moment zelf. Het had trouwens ook wel iets om zo'n reis enkel te herinneren via je geheugen (ik heb ook geen fototoestel bij me). Foto's en reisverslagen zorgen soms dat je alleen die momenten die je hebt vastgelegd herinnerd en de rest vergeet. Maar goed, hier volgt dan mijn verslag van de eerste paar dagen. Het is natuurlijk nou precies niet wat ik op het oog had met mijn blog, maar goed dat komt dan door de vakantie. Veel leesplezier!

Wat laat in het jaar en niet verder met de GR 5 richting Nice, maar ik ben dan toch maar weer op wandelvakantie. Dit jaar loop ik de GR 57 van Sy naar Diekirch, waarbij ik voornamelijk de loop van de Ourthe volg.
Zaterdag vertrok ik met de trein van Koog-Zaandijk. Het was half acht, maar op het station en in de trein was het behoorlijk druk. Zag ik het goed: ja hoor, een kudde wandelaars. Ik ben natuurlijk zelf een wandelaar, maar de doorsnee wandelaar pik je er zo uit: afgrijselijke trainingspakken, sportschoenen en altijd die achteruitgestoken kont.
In Amsterdam zouden zij meedoen aan de Dam tot Damloop voor wandelaars. En inderdaad: op het Centraal station zag het zwart van de andere Leipe Loetjes, halve garen en vooral halve en hele zolen. Ik was blij dat ik in de trein naar Maastricht kon stappen en ze ver achter mij kon laten.
De trein waarin ik zat werd op station Sittard gesplitst in een gedeelte voor Maastricht en een voor Heerlen. In Amsterdam stond nog niet aangegeven welk gedeelte waar naar toe ging en natuurlijk bleek ik in het verkeerde treinstel te zitten. Voor de zekerheid vroeg ik het nog even aan de conductrice die al in verwarring mijn internationale treinkaartje had teruggegeven met een blik in haar ogen van: 't zal wel goed zijn. 'waar moet u naar toe' antwoordde ze op mijn simpele vraag of het voorste treinstel naar Maastricht ging. 'Naar Luik', zei ik maar, want zelfs bij het NS-loket konden ze Sy pas vinden nadat ik de tip had gegeven eerst Bomal in te voeren en daarna te kijken naar de tussenstations. 'Ja, dat weet ik niet hoor, ik ga nooit naar Luik, hoe moet ik dat nu weten!' Na nog een keer te hebben gevraagd of het voorste deel naar Maastricht ging, antwoordde ze: 'ja, dat weet ik wel, maar hoe je dan naar Luik moet komen?' Mens, ik ben al zo vaak naar Luik gereisd. Ik was van haar af, maar wat doet die troela: gaat ze er een collega bijhalen die met haar zakcomputertje mij wil uitleggen hoe naar Luik te reizen. Had ik maar niets gevraagd; in feite wist ik al precies wat mij te doen stond: overstappen in Sittard dus!
Het boemeltje naar Luik is altijd een feest. Sowieso blijft het altijd weer kinderlijk spannend om de grens over te steken. Dat dat juist met zo'n krakkemikkig treintje moet, maakt het alleen maar leuker. Het is net alsof je niet zomaar je land uit mag en het uiteindelijk illegaal via een achterdeurtje doet. De trein stopt inmiddels niet meer in Maastricht Randwijck en Eysden, maar nog wel in Visé: mijn eerste buitenlandse overnachting op de GR 5. Op het hoekje bij de brug zie ik weer de Tea-room La Pam-Pam waar ik stinkend naar zweet (ik durfde in zo'n chique tent niet binnen te zitten en hield mijn regenjas goed dicht bij het betalen, zodat de serveerster mijn zweetlucht niet zou ruiken) zat te schuilen voor de stromende regen totdat ik kon worden verwelkomd bij de chambres d'hotes aan de overkant van de Maas.
In Luik nog even het prachtige nieuwe station bewonderd dat nu eindelijk vorm begint aan te nemen en dan in de trein naar Sy, waar ik af en toe nog verlekkerd naar een echte Koen-Wauters-belg kijk. Wat is dat toch dat die Vlamingen vaak zo lief, zacht en begripvol uit hun ogen kijken. Het is toch echt niet alleen door de gelijkenis met Koen Wauters dat ik mijn grote liefde in Rhotgars Vrendelschwèr (zie mijn website) heb vervangen door een Belg. Trouwens, hij leek meer op David Duchovny.
Bij het kleine stationnetje van Sy stap ik uit en doe onmiddellijk mijn trui uit, want het is erg warm. Ik ben al eens in Sy geweest en tot aan Bomal loop ik nog eens hetzelfde stuk dat ik ooit in een weekend heb gelopen. Zodoende weet ik meteen waar ik heen moet en loop al direct zwetend van de inspanning steil naar boven.

Goed, tot zover dan maar weer. Waarschijnlijk zal ik pas thuis weer verder schrijven aan mijn blog, dat is vanaf zaterdag. Nu een tweede poging wagen om zuurkool te eten: de vorige keer is mijn blik zuurkool in de beek gevallen en ben ik bij het zoeken bijna mijn slipper verloren!
Liefs van Alex





zaterdag 15 september 2007

Tja, dan beginnen we maar...

Tja, dan moet ik nu ook maar wel eens wat gaan schrijven op mijn netwerkarchief (weblog in gewoon Nederlands). Mijn pas gemaakte website staat vol met oude verhalen en het wordt tijd weer eens te gaan oefenen met schrijven. Zo'n weblog lijkt mij daarvoor ideaal. Het is ten eerste gewoon leuk om je belevenissen aan anderen kwijt te kunnen (als ze hopelijk de weg naar deze site weten te vinden) en verder hoeven hier niet zulke literaire meesterwerken of doordachte essays te verschijnen. Na mijn middelbare schooltijd heb ik ruim een jaar een hele vruchtbare schrijfperiode gehad. Ik schreef een aantal verhalen, was bezig met twee romans (niet afgemaakt en te lezen op de website) en schreef mijn ellende van mij af in zelfbespiegelingen die ik nu nog steeds wel eens tevoorschijn haal als ik mijzelf weer eens kwijt ben.
Ik merkte in die tijd dat het schrijven me steeds makkelijker af ging. Ik weet nog precies de zin waarbij ik dacht: wauw, dat is goed geformuleerd zeg! Het was de zin: "De eigenaar van deze wildernis kreeg er lucht van dat ik mij interesseerde voor de groene branche." De laatste jaren zijn wat schrijven betreft (en helaas ook een hoop andere dingen) niet echt vruchtbaar geweest. Op de een of andere manier lukte het me niet meer het plezier te vinden dat ik toen van het schrijven kreeg.
Een paar weken geleden verhuisde mijn goede vriend Han naar San Francisco. Via de mail houden we contact en ik merkte dat ik het heel leuk vond om op die manier weer dingen te gaan schrijven. Ook keek ik geregeld op zijn weblog en vond het toch wel erg leuk om zo te lezen wat hij allemaal meemaakte. Dus ik ook aan de weblog. Het zal natuurlijk wel een wat ander karakter krijgen dan de weblog van Han: hij stuurt uit den vreemde berichten naar het (ongeruste) thuisfront; ik zal toch denk ik wat meer beschouwende teksten op mijn website zetten (hoewel, Han is een filosoof, dus...).

Dat was dus de inleiding op deze weblog, nu nog het echte werk: waarover ga ik schrijven. De afgelopen dagen heb ik al zo veel schrijvenswaardige onderwerpen bedacht dat ik haast niet weet waar te beginnen. Om dan maar ergens een start mee te maken volgt hier een kleine gebeurtenis op de verjaardag van mijn moeder gisteren.

Zoals op elke verjaardag en andere feestelijke gelegenheden valt er wel eens iets om. Dit keer was dat een vaasje. De inhoud kwam terecht op het jasje en de billen van mijn oma. Hulpvaardig als ik ben, stelde ik meteen voor met een fohn mijn oma te drogen. Daar zaten we dan met z'n tweetjes in het kleedkamertje. Ik heb nog even mijn oma voor Marilyn Monroe laten spelen door de fohn onder haar rok te plaatsen. Het is toch wel mooi dat dit soort dingen gewoon kunnen in mijn familie. Hoewel, of ik mijn opa ook had mogen drogen betwijfel ik.