maandag 8 oktober 2007

Ardennerwandelplezier deel 3


Ik ben weer thuis! Tijd om weer een stukje van mijn reisavontuur aan mijn blog toe te voegen. Ik zal in ieder geval opschrijven wat ik al op papier heb staan. Of ik verder ga met mijn verslag weet ik nog zo net niet, maar daarover later meer.

Na een heldere en koude nacht (met een prachtige sterrenhemel, waarin ik warempel een sliert van de melkweg kan ontwaren) weer op pad, nagekeken door hetzelfde echtpaar dat mij gisteren ook zat aan te gapen bij aankomst.
Bij de supermarkt laat ik natuurlijk weer mijn pet en routebeschrijving liggen, waardoor de winkeljuffrouw, als ik net alles buiten sta in te pakken, met haar schort naar buiten komt om het mij te geven. Niet dat ik dat zomaar zou vergeten; als je zo aan het wandelen bent, worden de dingen waar je je mee bezig houdt gereduceerd tot de belangrijkste levensvragen: heb ik nog genoeg toiletpapier, zal ik al schone sokken aandoen en waarom heb ik geen routebeschrijving in mijn linkerhand.
Al snel verlaat ik vandaag de Ardennen om nog even wat mooie plekjes van het kalksteenmassief van de Famenne te bewonderen. Misschien is het alleen maar, omdat ik het weet dat ik een ander gebied intrek, maar de omgeving verandert toch merkbaar in een vriendelijk glooiend landschap met lieflijke valleitjes als dat van de Lisbelle (alleen al de naam is mooi!).
Aan het einde van de tocht dalen we af tot aan de voet van de rotsen van Hotton en volgen de rotsachtige oever van de Ourthe tot aan de brug in Hotton. Inmiddels is het aan het betrekken en vlug koop ik nog wat bij de Spar en loop richting de camping. Ik weet dat er meerdere zijn, maar dat de meeste dicht zijn. Niet ver van het dorp tref ik een bord aan met "Camping Chez Philou": linksaf. Nog geen honderd meter verder zie ik al dat de camping dicht is en er trouwens nogal troosteloos uitziet. Het begint nu ook vrij hard te regenen. Aan de andere kant van de weg is ook een camping, maar of dat nou dezelfde is en of dat wel een camping is voor tenten betwijfel ik. Achterom het huis gelopen waarvan ik vermoed dat het de receptie is, zie ik mensen aan tafel zitten. "Ne pas pour une tente". Er schijnt een camping aan de overkant van de rivier te zijn. Terwijl ik terugloop zie ik dat ik het bordje verkeerd heb gelezen: het zijn twee bordjes voor twee campings en "Chez Philou" is even verderop, naast de camping zonder tenten en helemaal niet aan de overkant van de rivier, waar bij nader onderzoek de volgende dag wel een camping is, maar of die open is betwijfel ik.
De receptie is nog niet open en dus schuil ik wat onder een afdakje tot de campingbaas een kwartier te laat komt aangesjeesd in zijn auto. Dit keer toch wel een Waal, een dikke kerel die veel weg heeft van Wayne Knight. Ik krijg een sleutel voor het toiletgebouw "tres propre" met zowaar toiletpapier!! Wat een feest. Ik vroeg me al af waar ik mijn tent neer kon zetten (een echt trekkersveldje had ik nog niet gezien, maar ik krijg een plaatsje midden tussen joekels van stacaravans. Ik ben dan ook de enige met een tent daat en ik vraag me ook af of er ooit wel tenten staan. Bij het toiletgebouw is niet eens een echte gelegenheid om je kleren te wassen en de afwas te doen.

woensdag 3 oktober 2007

Ardennerwandelplezier deel 2


Zie je wel, in Luxemburg is alles veel moderner: weer internet op de camping! Hier deel twee van mijn verslag.

Even voor Bomal ben ik toen verkeerd gelopen, maar nu vind ik direct voor het weiland, dat ik toen doorgestoken ben, rechts een smal paadje door het kreupelhout met een vrij nieuw aangebrachte rood-wit markering.
In Warre zou volgens het wandelboekje een camping moeten zijn, maar op het internet heb ik niets kunnen vinden evenals in een aantal campinggidsjes. Op de kaart staat echter duidelijk waar de camping zou moeten liggen en vol goede moed loop ik naar beneden richting de rivier: alleen wat vakantiehuisjes en een blaffende hond en dus weer terug naar boven. Een half uur verder, even voor Durbuy ligt wel een camping en nog direct aan het pad ook.
Boven de plek waar ik de tent opzet is de ingang van een grot. Het hek bij de ingang staat open en een groepje Vlamingen krijgt uitleg. Ik vraag aan een jongen die wat zielig achteraf zit of de grot erg ver de grond in gaat. In een bijna accentloos Nederlands antwoordt hij: 'ik spreek Frans'. Volgens de Vlaamse campingbaas loopt de grot inderdaad ver door, maar hij is afgesloten wegens instortingsgevaar.
Na het eten loop ik nog even naar Durbuy. Wat een lief, klein, schattig stadje is dat, en zelfs de enorme rots die het stadje domineert ziet er 's avonds met de spots erop vriendelijk uit. Op het plein is het gezellig druk; de terrasjes zitten vol als op een zomerse dag en dat zal meteen de laatste keer zijn, want daarna kom ik eigenlijk niet meer zo'n gezellige drukte tegen.
Het is wel gek dat het zo vroeg donker wordt en dat was ook wel even een reden om te besluiten het hele wandelavontuur af te blazen, aangezien het dan zo ongezellig en koud kan zijn. Koud is het dan nog wel niet, maar juist het zien van al die gezelligheid maakt dat ik me toch een beetje eenzaam voel.
Goed, we gaan een beetje vaart maken, want ik ben nog steeds op de eerste dag en ik ben terwijl ik dit aan het schrijven ben al over de helft van mijn vakantie.

Volgende dag weer een heerlijke warme dag. De vorige dag heb ik nog best wel wat gegeten en ik zal heus nog wel genoeg eten in mijn rugzak hebben, maar ik ben toch blij dat de supermarkt in Barvaux op zondagmorgen open is en ik mijn lekkere trek kan stillen met een côte d'or-tablet 'voor de fijnproevers'. Onderweg kom ik langs de 'Lit du Diable', maar in plaats van de duivel rusten er vervelende toeristen waardoor ik snel door loop en mij niet op het stenen bed te rusten leg. Ik mis helaas wel het paadje naar de 'Pierre Haina': een steen die als een kurk de opening van een gang naar het middelpunt van de aarde afsluit. Nou ja, doorlopen maar, er is nog zoveel moois te zien.
Vlak voor Erezée zie ik de mooiste plekjes om wild te kamperen, maar in mijn fles zit toch minder water dan ik dacht en ik loop door naar de camping die op een berg boven Erezée ligt: een fijne rustige camping met een vriendelijke, dikke Vlaming die 's avonds op zijn motor komt aangejakkerd. Alhoewel ik het antwoord al wel ongeveer weet, vraag ik hem toch waarom er in de Ardennen zoveel Vlamingen en Nederlanders campings runnen. 'Men mag dat natuurlijk niet zeggen, maar de Walloniër is van nature nogal lui.'

dinsdag 2 oktober 2007

Ardennerwandelplezier

Voor het geval jullie denken, waar blijft Alex nou met zijn verhalen: ik ben op vakantie. En internet in Belgie vinden is toch erg moeilijk. Lang leve Luxemburg dus, want inmiddels zit ik in dat wondermooie land en dat is toch een stuk moderner met internet op de camping (maar wel met een toetsenbord waar de z en de y yzn omgewisseld en waar ik voortdurend virusmeldingen krijg en andere foutmeldingen). Ik heb inmiddels al een uitgebreid verslag zitten schrijven, maar dat is eigenlijk alleen nog maar van de eerste dagen. De laatste jaren hield ik eigenlijk nooit een reisverslag bij en ik moet zeggen dat ik dat altijd ook wel fijn vond. Ik wilde alleen wandelen en genieten van het moment zelf. Het had trouwens ook wel iets om zo'n reis enkel te herinneren via je geheugen (ik heb ook geen fototoestel bij me). Foto's en reisverslagen zorgen soms dat je alleen die momenten die je hebt vastgelegd herinnerd en de rest vergeet. Maar goed, hier volgt dan mijn verslag van de eerste paar dagen. Het is natuurlijk nou precies niet wat ik op het oog had met mijn blog, maar goed dat komt dan door de vakantie. Veel leesplezier!

Wat laat in het jaar en niet verder met de GR 5 richting Nice, maar ik ben dan toch maar weer op wandelvakantie. Dit jaar loop ik de GR 57 van Sy naar Diekirch, waarbij ik voornamelijk de loop van de Ourthe volg.
Zaterdag vertrok ik met de trein van Koog-Zaandijk. Het was half acht, maar op het station en in de trein was het behoorlijk druk. Zag ik het goed: ja hoor, een kudde wandelaars. Ik ben natuurlijk zelf een wandelaar, maar de doorsnee wandelaar pik je er zo uit: afgrijselijke trainingspakken, sportschoenen en altijd die achteruitgestoken kont.
In Amsterdam zouden zij meedoen aan de Dam tot Damloop voor wandelaars. En inderdaad: op het Centraal station zag het zwart van de andere Leipe Loetjes, halve garen en vooral halve en hele zolen. Ik was blij dat ik in de trein naar Maastricht kon stappen en ze ver achter mij kon laten.
De trein waarin ik zat werd op station Sittard gesplitst in een gedeelte voor Maastricht en een voor Heerlen. In Amsterdam stond nog niet aangegeven welk gedeelte waar naar toe ging en natuurlijk bleek ik in het verkeerde treinstel te zitten. Voor de zekerheid vroeg ik het nog even aan de conductrice die al in verwarring mijn internationale treinkaartje had teruggegeven met een blik in haar ogen van: 't zal wel goed zijn. 'waar moet u naar toe' antwoordde ze op mijn simpele vraag of het voorste treinstel naar Maastricht ging. 'Naar Luik', zei ik maar, want zelfs bij het NS-loket konden ze Sy pas vinden nadat ik de tip had gegeven eerst Bomal in te voeren en daarna te kijken naar de tussenstations. 'Ja, dat weet ik niet hoor, ik ga nooit naar Luik, hoe moet ik dat nu weten!' Na nog een keer te hebben gevraagd of het voorste deel naar Maastricht ging, antwoordde ze: 'ja, dat weet ik wel, maar hoe je dan naar Luik moet komen?' Mens, ik ben al zo vaak naar Luik gereisd. Ik was van haar af, maar wat doet die troela: gaat ze er een collega bijhalen die met haar zakcomputertje mij wil uitleggen hoe naar Luik te reizen. Had ik maar niets gevraagd; in feite wist ik al precies wat mij te doen stond: overstappen in Sittard dus!
Het boemeltje naar Luik is altijd een feest. Sowieso blijft het altijd weer kinderlijk spannend om de grens over te steken. Dat dat juist met zo'n krakkemikkig treintje moet, maakt het alleen maar leuker. Het is net alsof je niet zomaar je land uit mag en het uiteindelijk illegaal via een achterdeurtje doet. De trein stopt inmiddels niet meer in Maastricht Randwijck en Eysden, maar nog wel in Visé: mijn eerste buitenlandse overnachting op de GR 5. Op het hoekje bij de brug zie ik weer de Tea-room La Pam-Pam waar ik stinkend naar zweet (ik durfde in zo'n chique tent niet binnen te zitten en hield mijn regenjas goed dicht bij het betalen, zodat de serveerster mijn zweetlucht niet zou ruiken) zat te schuilen voor de stromende regen totdat ik kon worden verwelkomd bij de chambres d'hotes aan de overkant van de Maas.
In Luik nog even het prachtige nieuwe station bewonderd dat nu eindelijk vorm begint aan te nemen en dan in de trein naar Sy, waar ik af en toe nog verlekkerd naar een echte Koen-Wauters-belg kijk. Wat is dat toch dat die Vlamingen vaak zo lief, zacht en begripvol uit hun ogen kijken. Het is toch echt niet alleen door de gelijkenis met Koen Wauters dat ik mijn grote liefde in Rhotgars Vrendelschwèr (zie mijn website) heb vervangen door een Belg. Trouwens, hij leek meer op David Duchovny.
Bij het kleine stationnetje van Sy stap ik uit en doe onmiddellijk mijn trui uit, want het is erg warm. Ik ben al eens in Sy geweest en tot aan Bomal loop ik nog eens hetzelfde stuk dat ik ooit in een weekend heb gelopen. Zodoende weet ik meteen waar ik heen moet en loop al direct zwetend van de inspanning steil naar boven.

Goed, tot zover dan maar weer. Waarschijnlijk zal ik pas thuis weer verder schrijven aan mijn blog, dat is vanaf zaterdag. Nu een tweede poging wagen om zuurkool te eten: de vorige keer is mijn blik zuurkool in de beek gevallen en ben ik bij het zoeken bijna mijn slipper verloren!
Liefs van Alex