Het wordt voor mij de hoogste tijd weer eens kleren aan te schaffen. Mijn T-shirts zijn verschoten, mijn spijkerbroek begint wel erg te slijten en mijn sokken hebben haast allemaal wel een gaatje. Al op de basisschool gaf ik niet veel om kleren en het was voor mij belangrijker dat ze goed zaten dan dat er een of ander merkje in zat. Toch let ik de laatste jaren meer op wat ik koop. Ik ben nog steeds wel redelijk snel een kledingwinkel uit, maar in plaats van bij voorbaat al mijn neus op te halen voor een schreeuwerig overhemd zoek ik tegenwoordig toch maar even het pashokje op om het dan toch maar te proberen. Van mode heb ik weinig kaas gegeten en de modepopjes met grote gipsy oorhangers die in de trein nog even wat make-up opsmeren laten mij de rillingen over mijn rug lopen.
Dat kleren mij toch niet geheel koud laten besef ik weer als ik terugdenk aan de jongens waar ik verliefd op ben geweest. Niet alleen het karakter en het uiterlijk heb ik van hen onthouden, maar ook wat zij om het lijf hadden hangen. De jongens zelf kon ik niet krijgen, maar ik kon wel proberen in dezelfde kleren rond te lopen waarbij ik mij probeerde voor te stellen dat de warmte die de kleding mij gaf de warmte van een van die jongens was. Deze kledingfetish bleef zo'n beetje beperkt tot het dragen van grijze T-shirts na mijn eerste grote onbereikbare jongensliefde. Misschien kwam dat wel omdat ik juist door mijn onkunde op modegebied beslist niet wist waar ik de betreffende broek, trui of overhemd vandaan moest toveren, laat staan dat ik wist hoe de stijl of de snit heette waarnaar ik had kunnen vragen.
In een nostalgische bui was ik laatst op YouTube Kinderen voor Kinderen aan het kijken. Het trof mij dat ik de kleren van de kinderen herkende als de kleren van mijn jeugd. Ik haalde er mijn foto's van vroeger bij en beurtelings kijkend naar de foto's en de zingende Gooise koters zag ik dat ook mijn broer en ik in typische jaren tachtig kleren waren gestoken ook al kon ik moeilijk bedenken wat de tachtiger kinderkleding dan zo eigen maakte.
Toen koos ik ervoor het liedje Als ik de baas zou zijn van het journaal te bekijken (kijk ook, klik hier). Een achttal kinderen met weer die kleurrijke maar voor mij niet te definiƫren kleren komen zingend op van achter een groot televisietoestel en gaan zitten op acht stoeltjes. Dan gaat er een schermpje omhoog in de zogenaamde t.v. en verschijnt een meisje in de kleren die mij toen het liefst waren. Daar staat Suzanne, maar ik zie en hoor Merel, en ik voel nog steeds de verliefdheid van toen als een onschuldige jeugdzonde van een jonge homo die nog door de starre heteromaatschappij is gevormd. Sinds de grijze T-shirts wist ik dat ik enkel op jongens zou vallen en nu ik eindelijk weet hoe fijn het is tegen een jongen zonder kleren aan te liggen is voor mij de ultieme bevestiging gekomen dat dit is hoe het voor mij behoort te zijn. Maar soms zou ik willen dat ik de baas was van mijn seksualiteit zodat het allemaal voor mij niet zo gecompliceerd en moeilijk hoefde te zijn in de soms toch zo boze heterowereld.
zondag 16 augustus 2009
Proust in de mode
Labels:
homoseksualiteit,
kinderen voor kinderen,
kleding,
kledingfetish,
kleren,
mode
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten